Ouderenzorg in de 1e lijn: Verdieping

Algemeen



Signalering en Interventies

Deze module sluit aan op de module Ouderenzorg in de 1e lijn: basismodule. Professionals in de eerste lijn, POH-S, praktijkverpleegkundigen, wijkverpleegkundigen, POH-GGZ worden steeds vaker geconfronteerd met oudere patiënten met complexe problematiek. Dit vraagt van de professional in de eerste lijn dat zij zicht hebben in de gezondheidsproblemen bij ouderen en een analyse kunnen maken van de gezondheid van de oudere.

De in de wijk wonende (kwetsbare) oudere vereist specifieke aandacht van de professional en een proactieve houding (Healthy Ageing).

Binnen deze module staan e competenties voor de 1e lijns professional ouderenzorg centraal.


Na het volgen van deze module bent u in staat

  • de actuele ontwikkelingen binnen de zorg voor ouderen te benoemen;
  • met uw kennis van de meest voorkomende geriatrische ziektebeelden in de eerste lijn de problematiek vroegtijdig te signaleren;
  • tot een risicotaxatie te komen door vroegsignalering en monitoring en het adequaat gebruik van meetinstrumenten;
  • hoogcomplexe zorg die het gevolg is van multimorbiditeit zelfstandig en cultuursensitief binnen een maatschappelijke context doelmatig aan te pakken;
  • een wijkanalyse te maken;
  • te werken vanuit een populatie gerichte aanpak waarbij u op samenwerking met andere instellingen/disciplines gericht bent;
  • zorg op efficiënte wijze, uitgaande van een integrale en preventieve benadering aan te bieden;
  • uw interventies te richten op het voorkomen van geriatrische problemen; aan te sluiten op de specifieke behoeften van ouderen en op het handhaven van (functionele) zelfstandigheid en behoud van autonomie;
  • op basis van gelijkwaardigheid te communiceren met ouderen, daarbij gebruik te maken van verschillende gesprekstechnieken daarbij rekening houd met leeftijdsgebonden veranderingen;
  • in monodisciplinair en/of multidisciplinair overleg op te komen voor de specifieke belangen van de oudere patiënt;
  • samen te werken met ouderen en hun mantelzorgers/vertegenwoordigers en waar mogelijk met andere informele zorgverleners, het behoud van de eigen regie staat daarbij centraal;
  • effectief gebruik te maken van de expertise van andere hulpverleners en weet die op tijd te consulteren of naar te verwijzen;
  • een goede transitie van en naar het ziekenhuis te monitoren en te begeleiden en heeft oog voor de risico’s die dat met zich meebrengt;
  • de risico’s van polyfarmacie te herkennen en de gevolgen hiervan voor ouderen te voorkomen.